.
.
.
. . .
.
.
.
.

Plaatsingsvoorschriften: opslag voor gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse houders voor bedrijven

Art 5.17.2.1

§2 : Het is verboden houders rechtstreeks onder een gebouw te plaatsen of onder de verticale projectie ervan. Een luifel wordt niet als een gebouw beschouwd.

§3. Afstanden : de houder dient zich te bevinden op ten minste 3 m van de grenzen van percelen van derden, de afstand tussen de houder en de kelderruimte van eigen bedrijfsgebouwen ten minste 2m . De afstand tussen de houder en de muur van eigen bedrijfsgebouwen dient ten minste 0,75 m te bedragen. De onderlinge afstand tussen de houders dient minstens 0,50 m te bedragen.
De afstand tussen de houder van P3- en/of P4 producten die geen deel uitmaken van een verdeelinstallatie, en de grenzen van de percelen van derden dient tenminste 1m te bedragen.

§4. Bij gevaar voor hoge waterstand of overstromingen dienen de nodige voorzieningen te worden aangebracht om te beletten dat de ledige houders zouden worden opgelicht.

Art 5.17.2.2

§1:op een duidelijk zichtbare en goed bereikbare plaats op de houder dient een identificatieplaat te worden aangebracht (door de tankconstructeur)

§2 : Nabij de vulopeningen nabij het mangat dienen volgende aanduidingen aangebracht te worden :
1 : het nummer van de houder (intern volgnummer), 2 : naam van de opgeslagen vloeistof, 3 : de gevaarsymbolen, 4 : het waterinhoudsvermogen van de houder.
De aanduidingen moeten duidelijk leesbaar zijn. Dit is niet verplicht voor opslagplaatsen van P3 en/of P4 producten die uitsluitend bestemd zijn voor de verwarming van gebouwen.

Art 5.17.2.3

§1 : de ontluchtingsleiding dient uit te monden in open lucht op ten minste 3m hoogte boven het maaiveld en op minstens 3 meter van elke opening in een lokaal en de grenzen van de percelen van derden. De plaatsing van de monding van ontluchtingspijpen onder constructiegedeelten is verboden. Dit is niet van toepassing voor opslagplaatsen van P3 en/of P4 producten die geen deel uitmaken van een brandstofverdeelinstallatie voor motorvoertuigen. Voor deze opslagplaatsen dient er voor gezorgd dat door de plaatsing en de hoogte waarop de ontluchtingsleidingen uitmonden de buurt niet overdreven gehinderd wordt, meer in het bijzonder ten gevolge van het vullen van de houders.

Art 5.17.2.4

§2 : alle houders dienen uitgerust te zijn met een permanent lekdetectiesysteem

§ 3+ §4 : corrosiviteit van de bodem en Kathodische bescherming : voor de plaatsing van een metalen houder met een waterinhoudsvermogen vanaf 5.000 liters of voor de opslag van P3 en/of P4 producten vanaf 10.000 liters.
De controle op de plaatsing van een opslaginstallatie.

Art. 5.17.2.7

Voor het plaatsen van de houder dient gecontroleerd te worden of de houder beantwoord aan de voorschriften. Na de plaatsing en voor ingebruikname van de houder, dient gecontroleerd te worden of de houder, de leidingen en de toebehoren voldoen aan de voorschriften van de Vlarem II. Deze controles dienen uitgevoerd te worden onder toezicht van een milieudeskundige of voor de opslag van P3 en/of P4 producten, bestemd voor de verwarming van gebouwen van een erkend technicus. De controle van de eventuele Kathodische bescherming dient te gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.

Art. 5.17.2.9

Naar aanleiding van de controle bij plaatsing stellen de deskundigen of de erkend technicus een conformiteitsattest op waaruit ondubbelzinnig moet blijken of de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de voorschriften van dit reglement. Het conformiteitsattest vermeldt bovendien de naam en het erkenningsnummer van de deskundige of erkend technicus, die het onderzoek heeft uitgevoerd.

Art. 5.17.2.8

§1 Ten minste om het jaar voor houders gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones en om de 2 jaar voor de houders gelegen in de andere gebieden wordt de installatie onderworpen aan een beperkt onderzoek. §2. Ten minste om de 10 jaar voor houders gelegen binnen de waterwingebieden en de beschermingszones en om de 15 jaar voor de houders gelegen in de andere gebieden wordt de installatie onderworpen aan een algemeen onderzoek.

Heel belangrijk !!!

Bewaar voor altijd Uw aankoopfactuur van Uw tank samen met het attest van de tankconstructeur en het certificaat/conformiteitsattest van de milieudeskundige of erkend technicus. (wordt gevraagd door de notaris bij een verkoop of overname van het bedrijf + bij een volgende controle)

Garantie wordt enkel toegestaan indien bepaalde punten allemaal correct worden uitgevoerd en een lijst wordt ingevuld en ondertekend terug gestuurd naar Tankbouw Desplentere-Lannoy. Vraag deze formulieren aan »

.
.
.
. Wijnendale Molenstraat 1A - 8820 Torhout - T 050/22.06.36 - F 050/22.02.08 - info@desplentere.be  |  voorwaarden & privacy  |  links  |  powered by duotix  |  Inloggen .